dinsdag 5 maart 2013

Vrouw en zorg, toen en nu

8 maart: Internationale Vrouwendag.

In de 40-er, 50-er jaren van de twintigste eeuw was het meest voorkomende patroon: de man was de kostwinner en werkt 5,5 à 6 dagen per week; de vrouw zorgde voor de kinderen en deed al het huishoudelijke werk. Dat was toen zwaar en arbeidsintensief werk. Maandag – wasdagbegon op zondagavond en eindigde op dinsdag met het strijkwerk, om een voorbeeld te noemen.

Toen kwamen er steeds meer ‘hulpen’ voor de huishouding, bijvoorbeeld eerst wasmachines en centrifuges en later wasautomaten.
Ook werden de gezinnen minder groot dan voor de tweede wereldoorlog.
De economie groeide en vrouwen gingen steeds meer “er bij” werken, of bleven na het krijgen van een kind werken; vaak parttime, maar ook wel fulltime.
Zij bleven wel in de eerste plaats verantwoordelijk voor de kinderen en het huishouden.

Steeds meer jonge vrouwen deden een goede opleiding of gingen studeren, en streefden een goede carrière na. De tweede feministische golf kwam, vrouwen emancipeerden, (nog steeds niet alle meisjes en vrouwen!), er kwamen crèches, kinderopvang en de hoop dat mannen meer huishoudelijke taken op zich zouden nemen…
Toch bleek met alle goede wil, ook van veel jonge mannen, dat de kinderen en het organiseren van de huishouding de verantwoordelijk van de vrouw bleven.

Verder gingen er meer echtparen scheiden, met als gevolg meer alleenstaande moeders.
Dit, of de aanwezigheid van een (ernstig) gehandicapt kind, maakten dat veel vrouwen beperkt werden in hun carrièremogelijkheden.
En ja, bij veel bedrijven en instellingen is er nog steeds verschil in doorgroei mogelijkheden van mannen en vrouwen, en/of het bevorderen daarvan.

Daar komt nog bij: onze ouders worden steeds ouder, leven langer, ook met gezondheidsproblemen.
Bovendien wordt de maatschappij steeds sneller en steeds ingewikkelder: “aanmelden via …@info.nl”, of: voor meer informatie: www………com”.
Alles wordt groter en onoverzichtelijker, nieuwe producten komen sneller en in grotere getale op de markt. Boodschappen doen in een supermarkt brengt veel oudere mensen in een permanente toestand van lichte paniek. Plus: nieuw geld, pinnen, etc.
Verreweg de meeste begeleiding en hulp aan oude ouders wordt gedaan door de (schoon-)dochters.

Nu gaat er flink, heel flink, bezuinigd worden op de zorg.
Hulp bij de huishouding krijgen is in de nabije toekomst alleen nog mogelijk voor degenen die het zelf kunnen betalen èn organiseren.
Opname in een verzorgings- of verpleeghuis: steeds minder kans op. Ook bijvoorbeeld na een beroerte, of bij (nog) niet heel zware dementie.
Op de hulp die gezinnen met een ernstig gehandicapt kind mede draaiende houdt, en andere voorzieningen voor gehandicapte kinderen (het “rugzakje”) wordt ook steeds verder bezuinigd. Net als op de voorzieningen voor (jong)volwassen gehandicapten.
Je voelt het al aankomen: wie zal er in de gevallen gaten moeten springen? Inderdaad, nog meer zorg die op de dochters/moeders neer zal komen.

Dit alles betekent niet veel goeds voor (gezins-)relaties en het aantal vrouwen met burn-outs en/of ernstige slijtage problemen.
Het in de best mogelijke carrière blijven werken tot aan de AOW-leeftijd, wordt dus steeds moeilijker voor heel veel vrouwen, en dus ook het opbouwen van een goed pensioen.

In deze ontwikkeling zit al ingebakken dat, wanneer de vrouwen die nu en/of in de nabije toekomst veel zorg verlenen aan oude ouders of een gehandicapt kind, (of broer of zus,) 70-plussers zullen zijn, zij lang niet zo gezond en fit zullen zijn als de 70-ers van nu.
En wat is dan hun kans op het krijgen van goede adequate hulpmiddelen of zorg?

Wie zort er voor de oudere vrouwen (of mannen) die geen kinderen hebben die dat voor hen kunnen doen?
Wie komt er, wanneer nodig, voor hen op bij de arts, het ziekenhuis, de ziektekostenverzekeraar of de gemeente, bijvoorbeeld na een beroerte, bij ondervoeding of uitdroging, of bij (beginnende) dementie?
En wie helpt hen bij met het huishouden of de boodschappen?

Wie? Jij?
Jij, minister of staatsecretaris?
Jij, man met goede carrière, drukke baan?
Jij, manager in de zorg of bij een zorgverzekeraar?
Jij, buurman of buurvrouw?
Wie?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten